Akkerbouw

Akkerbouw

 

Akkerbouw neemt in Vlaanderen ongeveer 30% van het landbouwareaal in beslag. Granen bevatten het grootste areaal, ongeveer 80.000ha. Hierbij korrelmaïs niet meegerekend (40.000ha). Ook suikerbieten vormen een belangrijke teelt met een oppervlakte van iets minder dan 20.000ha. Vaak komen deze akkerbouwmatige teelten voor in een ruimere teeltrotatie met ook groenten, aardappelen en voedergewassen (zoals grasland en hakselmaïs). Deze teelten met een groter areaal (granen, suikerbieten, korrelmaïs) vormen niet steeds deze met de grootste nitraatresiduproblematiek maar door hun grote oppervlakte kan een beperkte winst wel een belangrijke bijdrage op terrein betekenen. Zo blijft de brede inzet van vanggewassen met kennis van opname en vrijstelling van stikstof een belangrijk thema.

 

De strenger wordende bemestingsnormen, zeker in gebiedstype 2 en 3, vormen ook voor de akkerbouwmatige teelten een hele uitdaging voor de landbouwers. Dit samen met de beperking om drijfmest op de stoppel te gebruiken en de stijgende kunstmestprijzen zorgt ervoor dat ook onderwerpen als voorjaarstoediening van drijfmest op wintergranen en een correct afstellen van kunstmeststrooiers belangrijke onderwerpen zijn om landbouwers verder te informeren.

 

Bodemkwaliteit met aandacht voor bodemverdichting en bodemvruchtbaarheid met een goede zuurtegraad en een voldoende voorziening van organisch materiaal vormen belangrijke aandachtspunten. Zo vormen het gebruik van vanggewassen, compost en niet-kerende grondbewerkingen belangrijke thema’s binnen de sector akkerbouw.

Voorjaarstoediening van drijfmest in wintertarwe