Organische stof is de sleutel tot een goede bodemvruchtbaarheid en een klimaatrobuuste bodem. Bijgevolg is het op peil houden of opbouwen van het organischestofgehalte in de bodem een uiterst belangrijke taak voor de land- en tuinbouwer. Daarom organiseerde B3W, de begeleidingsdienst voor een betere bodem- en waterkwaliteit, een uitwisselingsmoment over dit thema bij teler Xavier Desmet. Samen met hem gingen de B3W-begeleiders dieper in op de rol van teeltrotatie en bemesting om voldoende organisch stof aan te voeren.

Organische stof in de bodem: de sleutel tot bodemvruchtbaarheid

Organische stof verhoogt de klimaatrobuustheid van de bodem door het verbeteren van de fysische, chemische en biologische bodemvruchtbaarheid (tabel 1). Sinds 1990 worden echter dalende trends waargenomen in de organischestofgehaltes van de Vlaamse land- en tuinbouwbodems.

Om de huidige organischestofgehaltes in de bodem op peil te houden of terug op te bouwen, is het van belang een voldoende aanbreng van vers organisch materiaal (bv. oogstresten en organische meststoffen) te voorzien, dat na mineralisatie en humificatie omgezet wordt tot organische stof (figuur 2).  Teler Xavier Desmet, uitbater van een gemengd landbouwbedrijf, vertelde ons hoe hij dit doet met behulp van een zorgvuldig gekozen teeltrotatie en een (aan)gepaste bemesting.

Tabel 1 – Overzicht van de bijdrage van bodem organische stof aan de bodemvruchtbaarheid

Fysische bodemvruchtbaarheid

 

  • Bindmiddel voor bodemdeeltjes

 

 

Een betere bodemstructuur zorgt voor een betere verluchting van de bodem, een betere doorworteling door het gewas en een verhoogde waterdoorlatendheid.

 

  • Donkerdere kleur van de bodem

 

 

Een donkerdere bodem warmt sneller op in het voorjaar, waardoor deze sneller bewerkbaar wordt en zaden sneller kiemen.

Chemische bodemvruchtbaarheid

 

  • Leverancier van nutriënten

 

 

Afbraak van bodem organische stof zorgt voor de vrijstelling van macro- (bv. stikstof en fosfor) en micronutriënten (bv. koper en zink) voor het gewas.

 

  • Verhoogt het kation uitwisselingscomplex (CEC)

 

 

Een verbeterde CEC zorgt dat de bodem positief geladen nutriënten zoals kalium, natrium, calcium en magnesium beter vasthoudt: er vindt minder uitspoeling plaats.

 

  • pH-buffer

 

 

Organische stof zorgt voor een stabilisatie van de bodem-pH, waardoor deze langer optimaal blijft.

Biologische bodemvruchtbaarheid

 

  • Voedsel voor bodemorganismen

 

 

Organische stof stimuleert het bodemleven en zo tal van bodemprocessen die op hun beurt bijdragen aan de fysische en chemische bodemvruchtbaarheid.

 

 

 

 

De Koolstofcyclus in de bodem

Figuur 1 – De Koolstofcyclus in de bodem (Departement omgeving, 2014)

Rol van teeltrotatie en groenbemesters

Op zijn gemengd landbouwbedrijf verbouwt Xavier verschillende akkerbouwgewassen en groenten voor de industrie. Deze ruime combinatie aan teelten, weergegeven in tabel 2, maakt het voor Xavier mogelijk om over de jaren heen een stabiele aanbreng van organische stof op zijn percelen te garanderen. Zo kiest Xavier er steevast voor om na teelten met een eerder lage organischestofaanbreng, waaronder aardappelen, teelten te verbouwen met een hoge organischestofaanbreng, zoals wintertarwe. Ook streeft Xavier ernaar om waar mogelijk meerdere teelten binnen één jaar op zijn percelen te verbouwen en, belangrijker nog, voegt hij af en toe tijdelijk grasland aan de rotatie toe om extra organische stof aan te brengen.

Na de hoofdteelt zet Xavier maximaal in op groenbemesters. Zo had hij het perceel waar dit uitwisselingsmoment plaatsvond, reeds klaargelegd voor de inzaai van een groenbemester hoewel de tarwe nog maar enkele dagen geoogst was. Als groenbemester kiest Xavier voor mengsels waarin Japanse haver, gele mosterd of facelia gecombineerd worden. Dergelijke mengsels produceren meer boven- en ondergrondse biomassa dan enkelvoudige groenbemesters. Hierdoor zal zowel de stikstofopname uit de bodem net als de bijdrage van organische stof aan de bodem hoger zijn dan deze van een enkelvoudige groenbemester.

Tabel 2 – Effectieve organischekoolstofaanvoer van enkele akkerbouwgewassen, groenten en groenbemesters (uitgedrukt in ton effectieve organische koolstof per ha)

Akkerbouwmatige teelten

Aardappelen

0.47

Kuilmais

0.64

Suikerbieten

0.81

Tijdelijk grasland

0.89

Wintertarwe, stro afgevoerd

1.04

Groenten

Bonen

0.46

Wortelen

0.37

Groenbemesters

Gele mosterd

0.63

Japanse haver

1.20

Facelia

0.56

 

Een belangrijk probleem dat Xavier ervaart is dat hij binnen de gebiedstypes waarin hij werkt, gebiedstype 2 en 3, de stikstofgebruiksruimte op zijn bedrijf moet inzetten voor de teelten die hij oogst. Daarom kan hij geen stikstof meer toedienen aan zijn groenbemesters na wintertarwe om de groei en ontwikkeling van de groenbemesters op gang te brengen. Om organische stof op te bouwen is nochtans een goede ontwikkeling van de groenbemester vereist. Wetenschappelijk onderzoek[1] uit 2020 bevestigt deze ervaring van Xavier en stelt dat een beperkte stikstofgift (max. 36 kg werkzame N per ha) na wintertarwe bijdraagt tot een betere ontwikkeling van de groenbemester en dus leidt tot een hogere organischestofaanvoer, waarbij het risico op een verhoogde stikstofuitspoeling naar de omgeving klein is. Een voorwaarde hierbij is wel dat de groenbemester onder goede omstandigheden en tijdig (voor 1 september) ingezaaid en bemest wordt, zodat deze zowel de stikstof die vrijkomt via mineralisatie als de extra toegediende stikstof, kan opnemen.

Ook na late teelten zaait Xavier nog een groenbemester of nateelt in. Als groenbemester is de keuze door het late zaaitijdstip beperkt tot enkele grassen en granen, zoals Italiaans raaigras en rogge. Als nateelt kiest hij doorgaans voor een wintergraan na een nitraatgevoelige hoofdteelt zoals aardappelen. Dit wintergraan brengt Xavier in voor zijn doelareaal vanggewassen onder de vorm van een equivalente maatregel. Bij het inzaaien van een groenbemester of nateelt na een late teelt, stelt Xavier wel vast dat het soms moeilijk is om deze op de vooropgestelde wettelijke datum in te zaaien, omwille van moeilijke rooi-omstandigheden van de hoofdteelt en/of de weersomstandigheden. Enige flexibiliteit zou de werkbaarheid en eventueel ook de ontwikkeling van de groenbemester of nateelt ten goede komen.

Rol van bemesting

Op zijn bedrijf houdt Xavier ook vleesvee. De stalmest die voortkomt van dit vleesvee rijdt hij uit op zijn eigen percelen en meerbepaald bij de teelten die een eerder lage organischestofaanvoer hebben zoals aardappelen en suikerbieten. Door zijn bemesting maximaal in te vullen met bedrijfseigen stalmest kan Xavier de benodigde organischestofaanvoer om de organischestofgehaltes op peil te houden nagenoeg altijd volledig invullen. Vaste mest heeft immers een veel hogere effectieve organischestofaanvoer (= de organische stof die 1 jaar toediening nog overblijft in de bodem) dan drijfmest (tabel 3).

Toch is de inzet van vaste mest, omwille van de beperking op de afzetruimte door de bemestingsnormen voor fosfaat, niet altijd voldoende om aan organischestofopbouw te doen. Een mogelijkheid die de B3W-begeleiders tijdens dit uitwisselingsmoment naar voor schoven is het gebruik van gecertificeerde compost. Deze composten brengen immers veel meer effectieve organische stof aan per eenheid stikstof en fosfor die zij bevatten dan vaste mest en drijfmest (figuur 2). Bovendien bevatten gecertificeerde composten maar 15 % werkzame stikstof. Daarnaast moet als uitzonderingsmaatregel in de mestwetgeving slechts 50 % van de fosforinhoud in rekening gebracht worden in de mestbalans. Zo breng je door de toepassing van bv. 30 ton groencompost per ha, 3.3 ton effectieve organische koolstof per hectare aan, terwijl je slechts 31.5 kg werkzame N/ha en 42 kgP2O5/ha in rekening moet brengen.

Tabel 3 – Effectieve organischekoolstofaanvoer van enkele types organische bemesting (uitgedrukt in ton effectieve organische koolstof per 10 ton vers materiaal)

Drijfmest

Runderdrijfmest

0.15

Vleesvarkensdrijfmest

0.12

Vaste mest

Runderstalmest

0.46

Paardenmest

0.52

Compost

GFT compost

1.32

Groen compost

1.10

 

Effectieve organischekoolstofaanvoer van enkele types organische bemesting

Figuur 2 – Effectieve organischekoolstofaanvoer van enkele types organische bemesting uitgedrukt in kg per eenheid totale stikstof (N) en per eenheid totale fosfor (P)

Zelf de evolutie van het organisch (kool)stofgehalte op je percelen inschatten? Dat kan!

Wil je de impact van je huidige teeltrotatie en bemestingsplan op de evolutie van het organischestofgehalte van je percelen beter in beeld krijgen, of wil je de impact van potentiële aanpassingen in je teelt- of bemestingsplan kunnen inschatten? Dat kan met behulp van de DEMETERtool. Deze gratis, online tool die specifiek ontwikkeld werd voor de akkerbouw en groenteelt, berekent aan de hand van het ingeven teelt- en bemestingsplan hoe het organischestofgehalte op lange termijn zal evolueren. Daarnaast geeft deze tool ook inzicht in hoe de fosfaatbalans op perceelniveau zal wijzigen en formuleert de tool een stikstof-bemestingsadvies voor de eerstgenoemde teelt op basis van de stikstofbalans-methode.

Ondersteuning voor het verhogen van het effectief organisch koolstofgehalte van bouwland via het teeltplan

Op 10 september 2021 keurde de Vlaamse regering vijf nieuwe subsidiemaatregelen goed die een opstap vormen naar het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Eén van deze maatregelen is het verhogen van het effectieve organischekoolstofgehalte van bouwland via het teeltplan. Meer info over deze pre‑ecoregelingen en de bijhorende subsidies kan je vinden via deze link.

Meer weten?

De volledige presentatie van het thematisch uitwisselingsmoment ‘Bodem organische stof op peil houden/opbouwen – rol van teeltrotatie en bemesting’ van 30 augustus kan je hier raadplegen.

Wil je verdere informatie over dit thema, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen: Stany.Vandermoere@b3w.vlaanderen.be

Wil je verder op de hoogte blijven over toekomstige B3W-evenementen? Schrijf je in en word lid van de groepen waarin je interesse in hebt en/of hou de evenementenkalender in de gaten.


[1] Jeroen De Waele, Bart Vandecasteele, Annemie Elsen, Geert Haesaert, Daniël Wittouck, Dorien Horemans, Gebeyanesh Worku Zerssa en Stefaan De Neve – Risk assessment of additional nitrate leaching under catch  crops fertilized with pig slurry after harvest of winter cereals